Vroeger en nu – Hulppost op wielen
Vandaag is Korpora aanwezig in de Midden Nederland Hallen bij de onthulling van de nieuwste ambulance…
De brandweerman die zijn huis verloor tijdens het Bombardement van Rotterdam

Jo (Johannes Casper Antonius) Kamp (1891-1987), als kind in een brandweerpak, trots een miniatuur brandweerspuit tonend. Dit miniatuur was vervaardigd door zijn vader, die behalve brandweerman ook koperslager was. De miniatuur brandspuit stond in zijn etalage als voorbeeld van zijn kunnen. Foto familiebezit
In de middag van vrijdag 14 mei 1940 zat de tienjarige Joop (Johannes Laurentius Marie) Kamp (1930-2004) thuis in de Warmoezeniersstraat in Rotterdam te puzzelen. Hij vond het niet leuk om steeds boven te zitten en zichzelf te moeten vermaken, maar er was geen school omdat Nederland was gemobiliseerd en oorlog met Duitsland dreigde. Toen de puzzel af was klonk plotseling afweergeschut en glasgerinkel van ruiten die scheurden en braken. Samen met zijn moeder vluchtte Joop naar de gang en de mensen boven sloten zich bij hen aan. Door nog een schok trilden de muren waar ze tegenaan stonden, waarop ze besloten naar buiten te vluchten. ‘Neen!, nee, niet wachten, riep de man van boven (want mijn vader was niet thuis)’, aldus het verhaaltje ‘’t Bombardement’ dat Joop op tienjarige leeftijd schreef, waaruit boven staande informatie afkomstig is. Het knap geschreven tekstje voor een jongetje van die leeftijd, waarvan het originele, met een kroontjes pen geschreven, exemplaar bewaard is gebleven, vervolgt:
Een derde schok en het achterhuis stortte in, de rook drong door de naden van de deuren. Nog een vierde klap, weer een bom. Kom! Kom! We kunnen er nog uit riep die man van boven weer. Het kinderwagentje maakten wij los, dat had mijn moeder een paar dagen ervoor klaar gezet. We pakten nog wat kleren van de kapstok maar helaas weinig. Toen wij buiten kwamen drong de vieze rooklucht in onze neus. Overal waaiden de vlammen uit de ramen en de straat was bedekt met glas.
Later, in de jaren 1992 tot ongeveer 2002, vertrouwde Joop voor zijn familie diens memoires aan het papier toe, waaruit mocht worden geput en hierna gebruik van is gemaakt.

De Jonker Fransstraat in 1934, een winkelstraat met allure. Van Spanjersberg, Stadsarchief Rotterdam

De Jonker Fransstraat na het bombardement van 14 mei 1940. Anonieme prentbriefkaart, 1940. Stadsarchief Rotterdam
Toen besloten ze de straat maar uit te gaan. Ze gingen de Jonker Fransstraat in, richting het Noordplein, waar ze overstaken. In de Noordmolenstraat aangekomen troffen ze een neef van Joop die over een auto beschikte en hen naar Hillegersberg bracht. Eenmaal daar aangekomen klonk steeds het luchtalarm. Nadat dit voorbij was, werd het verlangen naar de echtgenoot en vader, Jo (Johannes Casper Antonius) Kamp (1891-1987), steeds groter. Om 19:30 uur werd hij gevonden en om 21:30 uur was hij verenigd met zijn vrouw en zoon te Hillegersberg. ‘Toen was onze vreugde groot’, schreef de tienjarige Joop.

Huwelijksfoto van Jo Kamp. Familiebezit
Het moge duidelijk zijn dat Joops verhaaltje ‘’t Bombardement’ en diens memoires gaan over het Bombardement van Rotterdam. Op 14 mei 1940 voerden Duitse bommenwerpers, als onderdeel van een militaire overval op Nederland om te worden bezet door Nazi-Duitsland, van 13:27 tot 13:40 het beruchte bombardement op Rotterdam uit. In minder dan een kwartier tijd werd vrijwel de gehele historische binnenstad vernietigd, mede door de branden, onder meer veroorzaakt door brandbommen. Het bombardement leidde nog dezelfde dag tot de overgave van Rotterdam, en onder het dreigement dat andere steden hetzelfde lot zouden ondergaan, op 15 mei tot de algehele capitulatie van Nederland.

Het Hang na het bombardement. Verderop de restanten van de Sint-Laurenskerk. Foto Hendrik (Henk) (H.) Sutterland, juni-augustus 1940. Stadsarchief Rotterdam

Foto na het opruimen van het puin. Maker onbekend, 1940. Wikipedia
Tegen de gevolgen van het Duitse oorlogsgeweld was de Rotterdamse brandweer uiteraard niet opgewassen, maar dat neemt niet weg dat zij wel haar taak uitvoerde en probeerde te redden wat er te redden viel. De brandweer werd tijdens en na het bombardement zeer zwaar ingezet. Brandweerlieden werkten urenlang onder extreem gevaarlijke omstandigheden om de enorme branden te bestrijden. Wonder boven wonder vielen hierbij onder hen voor zover bekend geen dodelijke slachtoffers.

Brandweermannen rollen een slang uit om de branden te blussen in de binnenstad van Rotterdam na het bombardement van 14 mei 1940. Inv.nr. 00041782

Het blussen van woonhuizen aan de Infirmeriestraat in Rotterdam na bombardement van 14 mei 1940. Inv.nr. 00040810
Ook Jo was toen hij op 14 mei om 19:30 uur werd gevonden aan het blussen, want behalve werknemer van de bekende Rotterdamse firma ‘Van Berkel’, vooral bekend van de snijmachines en weegschalen, was hij – een geboren brandweerman – ook bij de vrijwillige brandweer. Bovendien was hij op dat moment al lang in touw, net als hoogstwaarschijnlijk de dagen daarvoor. De eerste fase van de aanval op Rotterdam begon op 10 mei om 03:55 uur met een bombardement van vliegveld Waalhaven en het droppen van parachutisten. Op 14 mei verrichtte Jo voorafgaand aan het bombardement, onder Duitse beschietingen, bluswerk vanaf het dak van de Marinierskazerne aan het Oostplein.

Drie brandweermannen proberen de restanten van woonhuizen te blussen op de Oostzeedijk na het bombardement op Rotterdam. Inv.nr. 00041824
Later vertelde Jo de meest afschuwelijke verhalen, onder meer over de lijken die hij moest bergen na het bombardement. Hierbij sprak hij van ‘gekookte’ mensen. In kelders dachten mensen namelijk veilig te zijn, maar door gesprongen waterleidingen liep het onder de ingestorte panden vol met water, dat als gevolg van de verzengende hitte die de branden veroorzaakten kokend heet werd. Van een verbrand gezin restten alleen was as en botjes, waarmee slechts een schoenendoos kon worden gevuld.
Zelf werd de familie Kamp ook slachtoffer van het bombardement. Ze bleken hun huis te hebben verloren. Volgens Joop ‘is in de gehele puinhoop uiteindelijk, van de hele mooie inboedel die er was geweest, één eerste communie beker, een paar eierdopjes en een bankschroef teruggevonden. Alles, alles, was weg, gesmolten door het verzengende vuur […]’.
Tijdens het uitbreken van de oorlog was Jo al bijna 28 jaar vrijwillig brandweerman, maar de gebeurtenissen tijdens en de gevolgen van het bombardement moeten op hem een unieke en onuitwisbare indruk hebben gemaakt.
Toen Jo op 23 april 1937 25 jaar diende als vrijwilliger bij de brandweer, toenmaals verbonden aan slangenwagen 15, ontving hij voor zijn zilveren jubileum van de Bond van Vereenigde Vrijwillige Brandweerlieden te Rotterdam een zilveren medaille aan een lint in de kleuren van Rotterdam. Van het Fonds van Hulpbetoon aan de Manschappen van de Vrijwillige Brandweer te Rotterdam kreeg hij een groot kleurrijk geïllustreerd diploma met de tekst ‘Voor vijf-en-twintig jarigen trouwen dienst bij de vrijwillige brandweer te Rotterdam’.

Een door de Bond van Vereenigde Vrijwillige Brandweerlieden te Rotterdam in 1937 aan Jo Kamp uitgereikte Zilveren medaille, voorzien van een lint in de kleuren van Rotterdam, ter gelegenheid van zijn vijfentwintigjarig jubileum als vrijwillig brandweerman aldaar. Inv.nr. 00048734

Diploma van het Fonds van Hulpbetoon aan de Manschappen van de Vrijwillige Brandweer te Rotterdam, in 1937, en in 1942 opnieuw, uitgereikt aan Jo Kamp voor vijfentwintig jaar trouwe dienst bij de vrijwillige brandweer te Rotterdam. Inv.nr. 00048733
Het diploma van Jo ging echter met het huis van de familie Kamp verloren. Maar in augustus 1942 kreeg hij een tweede exemplaar uitgereikt, waarop vermeld staat ‘23 april 1937. Opnieuw uitgereikt aan J.C.A. Kamp. Rotterdam, augustus 1942.’ Vanwege de hiervoor geschetste achtergronden is dit een heel bijzonder document.
Op 31 maart 1943 raakte de familie Kamp nogmaals persoonlijk betrokken bij een bombardement. Dit keer ging het om een zogeheten vergissingsbombardement uitgevoerd door de United States Air Force. Jo woonde toen met zijn vrouw, twee zonen en zijn gehuwde dochter met haar man aan de Mathenesserweg in Rotterdam-West in een zogeheten ‘vrij bovenhuis’ met twee etages, waarvan één voor het jonge stel, op drie en vier hoog.
Naast enkele kleine bombardementen in de buurt, onder meer op de trouwdag van Jo’s dochter, kreeg de familie Kamp op de Mathenesserweg op 31 maart 1943 een bombardement over zich heen. Het was een heel mooie zonnige en heldere dag waarop tegen 13:30 uur opeens de sirenes klonken. Maar echt bang waren ze niet meer. Met moeder – Jo was aan het werk – gingen ze op de warande aan de achterzijde van het huis kijken. Toen sloeg ze toch de angst om het hart want ze zagen ‘werkelijk vrachten bommen’ achter elkaar hun ‘richting uit komen zweven’. Zelfs de vorm van de bommen was goed te onderscheiden. Het huis van de familie Kamp bleef ongeschonden.

Luchtopname van de bedrijfspanden van Van Berkel aan de Keileweg te Rotterdam, op de hoek van de Vierhavensstraat en de Van Helmontstraat. Collectie panorama- en luchtfoto’s Vervaardiger: KLM Aerocarto, 1928. Stadsarchief Rotterdam
Voor de zekerheid hadden ze wel een deel van de inboedel uit huis gehaald en veiliggesteld. Tijdens een van de sjouwbeurten kon Joop niet doorlopen omdat de voordeur was geblokkeerd. Er zat een gewonde man, in een lange onderbroek en met een verbonden hoofd, vuil en bloederig, op de stoep die daar was neergezet. Toen Joop hem vroeg of hij wat ruimte kon maken schrok hij pas goed. Het bleek vader te zijn. Hij was die dag aan het werk in de Fabriek van Van Berkel aan de nabijgelegen Keileweg. Tijdens het bombardement was daar op de haaks aan elkaar gebouwde schuilkelders precies in het midden een voltreffer terechtgekomen.

Het bombardement op Rotterdam van 31 maart 1943. De bominslag bij Van Berkel is aangegeven met de rode cirkel.
Stichting Voorouder, collectie Collectie Jac. Baart
Jo, die ook deel uitmaakte van de bedrijfsbrandweer, was als laatste de schuilkelder ingevlucht. Dat was min of meer zijn geluk. Hij zat onder de grond, maar aan de zijkant. Met zijn brandweerbijl kon hij een opening maken en toen collega’s buiten later beweging zagen gingen ze daar graven. Naast wonden aan zijn hoofd en armen had hij ‘ineen gedrukte longen’. Later is daar nog een vorm van tuberculose door ontstaan. Jo is erg lang ziek geweest. Van de andere aanwezigen in de schuilkelder vonden er 28 de dood. Ter nagedachtenis aan hen liet de firma Van Berkel een grafmonument plaatsen op de Algemene Begraafplaats Crooswijk, waar achttien van de 28 omgekomen personeelsleden hun laatste rustplaats kregen.

Het grafmonument voor de omgekomen medewerkers dat de firma Van Berkel in 1943 liet plaatsen op de Algemene Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam, waar achttien van 28 slachtoffers begraven liggen. Johannes Anthonius Lelieveldt en Johan van Berkel. 2009. Foto Wikifrits
De firma Van Berkel kwam het bombardement te boven, breidde enorm uit en bleef na de Tweede Wereldoorlog lange tijd internationaal toonaangevend. Jo begon ondertussen uit te groeien tot een iconische werknemer. Hij kwam al in 1905 in dienst bij de in 1898 als NV ‘Maatschappij tot vervaardiging van snijmachines volgens Van Berkel’s Patent’ opgerichte firma. Begonnen leerling-draaier was Joop toen hij in 1955 zijn vijftigjarig jubileum vierde meesterslijper. Het jaar daarop bereikte hij de pensioengerechtigde leeftijd.
Vanwege Jo’s gouden jubileum ontving hij de eremedaille in brons verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau, de gouden draagpenning van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel, een Delftsblauwbord met inscriptie en een ‘enveloppe met inhoud’. En zijn collega’s lieten zich ook niet onbetuigd. Last but least wijdde de firma ter gelegenheid van Jo’s jubileum zelfs een brochure aan hem, getiteld 50 years with the Berkel Company. Spotlight on mr. Kamp. Zijn werkgever was trots op hem en hij verdient ook een ereplaats in de brandweergeschiedenis.

Jo (Johannes Casper Antonius) Kamp (1891-1987), als kind in een brandweerpak, trots een miniatuur brandweerspuit tonend. Dit miniatuur was vervaardigd door zijn vader, die behalve brandweerman ook koperslager was. De miniatuur brandspuit stond in zijn etalage als voorbeeld van zijn kunnen.
Foto familiebezit
Met dank aan mevrouw Marianne van Es-Kamp
Reageer
Heb je meer informatie of een opmerking over dit onderwerp? Reageer dan op deze blog! Je reactie verschijnt direct onder de blog en is voor iedereen zichtbaar. Korpora heeft het recht reacties te verwijderen, in te korten of anderszins aan te passen. Voorts zijn de algemene voorwaarden van toepassing.