Een wapenvondst te Rotterdam in 1933

In De Avondpost, Dagblad voor stad en land, van vrijdag 14 april 1933, bladzijde 4, stond het volgende bericht:

In de collectie van Korpora bevindt zich een gasalarm-vulpotlood (inv.nr. 00000684) afkomstig uit de collectie van het voormalig Politiemuseum Amsterdam (1928-1968), met het oude Amsterdamse inventarisnummer 212. De bijbehorende inventariskaart vermeldt: ‘212 Vuistvuurwapen. Z.g. “vulpotlood” voor het afschieten van scherpe patroontjes.’

 

Het vulpotlood is vervaardigd van zwart bakeliet en messing en heeft een witmetalen ijzeren draag-clip. Door het draaien van de conus (punt) schuift het potloodstift naar buiten om te kunnen schrijven. Op de lange cilindrische penkoker is vaag het opschrift ‘Stanley’ te lezen.

De penkoker bestaat uit een buis van messing met een mantel van bakeliet er omheen, en heeft aan de bovenzijde een schroefdraad. In de messing buis is een gleuf aangebracht met daarin een verende stalen slagpin met een niet-vergrendelbare spanknop van messing. De plaatsing van de slagpin is centraal in de buis.

Op de schroefdraad van de penkoker is een breder opzetstuk geschroefd, vervaardigd van messing met een mantel van bakeliet. Deze mantel is gebarsten en eroverheen is een stuk plakband met een stuk groen lettertangband geplakt; daarop staat in witte cijfers het inventarisnummer 212.

Het opzetstuk is in feite een patroonkamer en een korte gladde loop met een vernauwde loopmonding. In de patroonkamer zit nog een afgevuurde centraalvuur-revolverhuls.

De bodemstempel op de huls is ‘PS * 320 *’. PS is het merk van de munitiefabriek Povazske Strojarne, Povzbroj A.S. in Tsjechoslowakije en 320 de kaliberaanduiding voor een .320 (0,320 inch) centraalvuur-revolverpatroon, ook bekend onder de synoniemen .32 Smith & Wesson en 7,65 mm x 15 R. De R staat voor Rand en geeft aan dat de patroon een hulsbodem met uitstekende rand heeft, zoals voor revolverpatronen gebruikelijk is. Deze patroon met roundnose loodkogel en lading van zwartkruit werd in 1878 op de markt gebracht door de Amerikaanse wapenfabrikant Smith & Wesson voor hun zakrevolvers en werd ook in Europa zeer populair voor zakrevolvers van velerlei fabricaat.

De afgeschoten huls uit het vulpotlood heeft een 15,5 mm lange huls en een rolkrimp aan de hulsmond. Een dergelijke rolkrimp is kenmerkend voor knalpatronen en gaspatronen, waarbij de lading in de huls is afgedekt met een papier- of cellulose schijf, die middels de rolkrimp is vastgezet.

Vanwege de huls met rolkrimp en de vernauwde loopmonding van het vulpotlood kan met zekerheid gesteld worden dat deze vulpotlood een gasalarmwapen is, ongeschikt voor het verschieten van scherpe patronen met een projectiel (kogel). Proefondervindelijk blijkt bovendien een scherpe patroon .320 met roundnose loodkogel niet in de patroonkamer van dit vulpotlood te passen.

Strikt bezien is de benaming schijndoodvulpotlood in het krantenbericht niet correct.
De schijndoodpatroon, waarvoor de Duitser Adolf Niemeyer in 1905 het patent kreeg, was een fors formaat centraalvuurpatroon in het kaliber 12 mm x 47 R met een lading van zwartkruit en peperpoeder, dat de bedwelmende en weerloosmakende werking veroorzaakte.

De knal- en gaspatroon kaliber .320 is een stuk kleiner, waarbij traangas de weerloosmakende werking teweegbrengt. Waarschijnlijk is de benaming schijndood door de schrijvende pers in het algemeen gebruikt voor weerloosmakende gaspatronen.

Het vulpotlood, merk ‘Stanley’ staat afgebeeld in de Waffen- und Munition (WUM) postordercatalogus van Georg Frank in Hamburg uit 1932 op bladzijde 76.
Het ‘alarmwapen en draaipotlood in één’ wordt daarin speciaal aangeprezen als verdedigingswapen voor medewerkers van banken en postkantoren en was te koop voor $ 1,15.

Een identiek vulpotlood, maar dan van het merk ‘Stop’, is afgebeeld in een catalogus uit 1934 van de Zwitserse wapenhandel W. Glaser in Zürich en aangeprezen als zelfbeschermingsmiddel, tevens potlood. Deze ‘Schiess-Bleistift’, kaliber .320, was geschikt voor Schreckschusspatronen (knalpatronen) en Tränengaspatronen (traangaspatronen).

Gasalarmwapens in de vorm van een potlood en zelfs huissleutel voor gaspatronen en verfpatronen in het kaliber .320 werden ook te koop aangeboden door de Duitse wapenfabriek August Menz in Suhl, zo blijkt uit een reclameadvertentie in Der Waffenschmied 14 van december 1931.

Knalpatronen, ook wel ‘losse flodders’ genoemd, in het kaliber .320, waren in Nederland vóór de invoering van de Vuurwapenwet in 1919, vrij en legaal te koop. In de postorder Leonidas-prijscourant 1913 van de rijwielfabriek Leonidas van Karel Lengs & Zonen in Tegelen kostte een blik met 50 knalpatronen f 1,10.

Door een wijziging van de Vuurwapenwet in 1932 waren in Nederland vanaf 1 maart 1933 alarmpistolen en -revolvers, andere soortgelijke voor bedreiging of afdreiging geschikte voorwerpen en voorwerpen voor het verspreiden van giftige, verstikkende of weerloos makende gassen verboden. In de toelichting op deze wetswijziging werden ‘gaspistolen in den vorm van vulpotlooden waarmede traangas kan worden verspreid’ en de daarbij behorende gasmunitie nadrukkelijk genoemd.
Ook al werden met de schiet-vulpotlood alleen knalpatronen afgeschoten, dan was het vulpotlood altijd nog een voor bedreiging of afdreiging geschikt voorwerp.

Onder de huidige Nederlandse wapenwetgeving is de gasalarm-vulpotlood een verboden wapen categorie II, en voldoet zelfs aan twee criteria, die de vulpotlood tot een categorie II voorwerp maken: het is een voorwerp, bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen, én het is een vuurwapen dat uiterlijk gelijkt op een ander voorwerp dan een wapen, een verborgen wapen dus.

Reageer

Heb je meer informatie of een opmerking over dit onderwerp? Reageer dan op deze blog! Je reactie verschijnt direct onder de blog en is voor iedereen zichtbaar. Korpora heeft het recht reacties te verwijderen, in te korten of anderszins aan te passen. Voorts zijn de algemene voorwaarden van toepassing.