Wat je noemt een bom!

Zaandam landelijk nieuws in 1932 vanwege ‘bomaanslag’

Op zaterdag 28 mei 1932 werd Zaandam opgeschrikt door de vondst van een grote bom. Wat betreft het uiterlijk daarvan liet(en) de maker(s) niets aan de verbeelding over! Het is zogezegd een klassieker. De vondst kwam uitgebreid in de landelijke pers. Tientallen kranten besteedden er aandacht aan. In de collectie van Korpora bevinden zich twee bijzondere eigentijdse foto’s rondom deze gebeurtenis, van de bom en van politiemannen die daarmee poseren.

Aanvankelijk werd overal vermeld dat de bom was aangetroffen in de serre van het feestgebouw of café Thalia aan de Prins Hendrikkade in Zaandam. Later werd bekend dat toen de chef van Thalia de veranda van het gebouw aan het schrobben was, hij op straat een pakket gewikkeld in een zak aantrof.

De Prins Hendrikkade te Zaandam, met rechts het feestgebouw of café Thalia, 1936. Gemeentearchief Zaanstad

Omdat hij meende dat het pakket mogelijk toebehoorde aan de arbeiders die verderop in de buurt zand aan het lossen waren, verplaatste hij dit tegelijk met een fiets naar een andere plaats. De arbeiders vertrokken echter zonder het pakket mee te nemen. Toen de zak vervolgens werd geopend bleek zich daarin een in kranten gewikkelde kogel te bevinden, waaraan door middel van een koperen draad een oude radiumwekker verbonden was. De wekker liep en de chef van Thalia vond het zo verdacht dat hij de politie alarmeerde.

De pers vermeldde aanvankelijk ook vrijwel steeds dat de bom was gevuld met ‘allerlei ontplofbare en brandbare stoffen’. Maar nadat een brigadier van politie het contact tussen de wekker en de bom had verbroken, bleek dat het voorwerp geen explosieven bevatte. Wel werd de geur van carbid(gas) geroken. Volgens een deskundige, mogelijk van de nabij Zaandam gevestigde Artillerie-Inrichtingen, was het omhulsel – het betrof een holle kogel – afkomstig van een echte oude (militaire) bom, een projectiel.

De Grondwet (30 mei 1932)

Nadat was vastgesteld dat het om een nepbom ging, nam de politie deze in beslag en bracht zij het ongevaarlijke voorwerp over naar het hoofdbureau van politie. Hier vond vervolgens een vermakelijk tafereel plaats. Toen een hoofdagent-rechercheur op verzoek van de commissaris even kwam kijken, liep juist de wekker af. De rechercheur schrok daar zo van dat hij ijlings de vlucht nam. ‘Je kunt nooit weten’, zei hij later.

Vier politiemannen van de gemeente Zaandam poseren achter een tafel bij hun niet alledaagse vondst, de 'Thalia bom', 28 mei 1932. Inv.nr. K10004.018

Het plaatsen van de afschrikwekkende bom werd in verband gebracht met een huurstaking. ‘Thalia’ was eigendom van de gebroeders IJdenberg (de naam wordt in oude bronnen op verschillende manier geschreven), die ook woningen verhuurden in onder meer de Jonge Arnoldusstraat, waar al enige maanden een huurstaking gaande was. Op maandag 30 mei zouden na een uitspraak van de kantonrechter enkele uitzettingen wegens huurschuld plaatsvinden, waardoor vijf mensen op straat kwamen te staan. In de jaren dertig van de twintigste eeuw was sprake van een golf van huurstakingen. Crisis, werkloosheid en hoge huren noopten mensen tot dit middel. De politie van Zaandam trad op 30 mei hard op in de Jonge Arnoldusstraat.

Vanwege hun reputatie als huisjesmelkers in de jaren dertig van de twintigste eeuw en de rol van Jacob IJdenberg, een van de twee broers, als NSB-wethouder voor onder andere Volkshuisvesting tijdens de Bezetting, zijn de gebroeders IJdenberg vandaag de dag – nota bene as we speak – nog steeds onderwerp van gesprek in Zaandam.

Verder lezen:

ACTUEEL Is de IJdenbergbuurt een ‘sociale woningbouwwijk’?

De huurstaking in de Jonge Arnoldusstraat